Ouders: leer je kind meer in het verkeer

Ook voor het praktijkexamen ligt in (veel) oefenen de sleutel. Kinderen leren verkeersregels en veilig gedrag voor een groot deel door de ervaring die zij opdoen als ze lopend of fietsend aan het verkeer deelnemen. Ouders kunnen een belangrijk aandeel leveren in deze praktische verkeerseducatie door zo vaak mogelijk met hun kinderen het verkeer in te gaan, goed voorbeeldgedrag te vertonen en hun kinderen te coachen in hun verkeersgedrag. 

Aandacht voor veelgemaakte fouten
Uit een analyse van de antwoorden bij het VVN Verkeersexamen blijkt dat er veel fouten worden gemaakt bij een aantal problematieken. Besteed daarom extra aandacht aan onderstaande punten:
 

Hoe zit het met voorrang op kruispunten en voetgangers?

  1. Voorrangsregels en voorrangsborden gelden op kruispunten als je te maken krijgt met verkeer van links en rechts. Zij gelden voor bestuurders onderling.
  2. Voorrangsregels en voorrangsborden gelden niet voor voetgangers.
  3. Voetgangers moeten op een kruispunt bestuurders van links en rechts altijd voor laten gaan. Het maakt niet uit of er wel of niet voorrangsborden staan.

 

Wanneer ben je voetganger?

  1.  Je bent voetganger als je loopt, als je loopt met je fiets aan de hand, als je skatet, als je op je skelter rijdt, als je met je skate- of waveboard bent. Je moet bestuurders van links en rechts dan altijd voor laten gaan.


Hoe zit het met de regel: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor?

  1.  Dit is geen voorrangsregel, maar een zogenaamde voorgaanregel. (Het voorgaan bij afslaan wordt geregeld.)
  2. Deze regel geldt voor bestuurders en voetgangers.
  3. Deze regel geldt als je te maken krijgt met verkeer dat je tegemoet of achterop komt. Dat verkeer is dan met jou op dezelfde weg. Het komt dus niet van links of rechts.